De jongens van Duindorp

Titel
De jongens van Duindorp

Jaar
1935

Overig
kinderboek

Pagina's
169



raadsel wordt al gauw opgelost, want een der vrouwen rommelt in een pak, dat naast haar ligt. Daaruit haalt ze een cocosnoot te voorschijn en overhandigt die de man. Met een paar tikken slaat deze de vrucht open. De halve bast met inhoud gaat daarna van hand tot hand en alle leden van het troepje nemen een slok van de melk.

Af en toe kan je ook een ruzie aanschouwen. Een jongen heeft een kuiltje gegraven en daar een papier met zand overheen gelegd. Hij vraagt een andere jongen of die even met hem meegaat. En pats! daar ligt de ander languit. Maar die laat het niet op zich zitten en slaat op de kuilgraver los. Vaders en moeders in onderkleren en met blote benen moeten het tweetal scheiden.

Opeens krijgt Jan een harde klap op zijn schouder. Ha, daar heb je Kees Berkhout! Hij is pas in zee geweest, zijn haren zijn nog nat en glimmend. Jan vertelt hem wat hij zoeven heeft gezien.

„O, dat is niks!” meent Kees. „Ik weet nog wel andere dingen!”

Ja, dat gelooft Jan best, want Kees is een meester in het uithalen van streken.

„Zal je wel zien!” antwoordt Kees, als Jan hem vraagt wat hij eigenlijk wil doen.

Ze gaan rustig achter een dubbele badstoel liggen, waarin een echtpaar is gezeten. Naast en tussen deze mensen liggen schoenen en kleren. De vrouw zit met haar dikke blote voeten in ’t zand te spelen. Af en toe zien de jongens vijf massieve tenen terzijde van de stoel uitsteken.

82

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.